
it’s de buurt, stupid
Het gaat de laatste tijd veel over de extramuralisering en of die niet is doorgeschoten. Vaak wordt daarmee bedoeld dat de overlast en onveiligheid zijn toegenomen omdat meer mensen met een psychische kwetsbaarheid in de wijk wonen. Maar is het eigenlijk wel de extramuralisering? Of gaat het erom dat de mensen die uitstromen uit opvang of uit beschermd wonen vaak terecht komen in buurten waar al veel opgaven stapelen? We ontwikkelden een ijsberg om vanuit buurtperspectief - over de grenzen van systemen heen – op stadsniveau in beeld te brengen wat we weten en wat we niet weten, wat we wel geregeld hebben en wat juist niet. Daarmee helpt de ijsberg de organisaties in het wonen, in de zorg en veiligheid te komen tot een gedeelde taal, een gedeeld beeld en een gedeelde probleem- en kansenanalyse. Daarmee ontsaat ook een gezamenlijk vertrekpunt voor duurzame oplossingen voor de buurt.
De IJsberg van Circusvis
Streven naar de inclusieve samenleving
Nog maar kort geleden maakten we in Nederland de omslag dat iedereen bij elkaar moest kunnen samenwonen in de buurt. Tot dan toe woonden mensen die om wat voor reden dan ook zorg of ondersteuning nodig hadden in aparte complexen, soms zelf ver weg van het normale leven. Bejaarden in bejaardenhuizen, mensen met lichamelijke of psychische problemen in de bossen. Dat moest anders. We wilden een inclusieve samenleving, waar de mensen die zorg nodig hebben dat aan huis ontvangen. De extramuralisering betekende een beweging uit de instellingen, naar zelfstandige woningen in de buurt. Dat zou beter zijn voor die mensen zelf en voor de samenleving als geheel. Prachtige ambities, waarvan we toen al wisten dat het niet vanzelf goed zou gaan.
Vijftien jaar later krijgt Circusvis van corporatie Stadgenoot de vraag wat de uitstroom uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen betekent voor buurten in Amsterdam? En, inderdaad: de extramuralisering gaat niet vanzelf goed. Er komt tegenwoordig erg veel samen in corporatiebuurten. De in die buurten werkzame organisaties zien vaak vooral het deel waaraan zij werken of wat geregistreerd is, maar de bewoners zien het geheel en het is dat geheel dat de leefbaarheid bepaalt. Tijdens ons onderzoek brachten we in beeld wat er in die buurten gebeurt op het snijvlak van wonen en zorg. Daarbij is de crux dat juist dat wat we níet registreren en de combinatie van alles samen, voor veel problemen kan zorgen. Daar moeten we wat mee! Het onderzoek gaf inzichten die voor iedere gemeente relevant zijn om effectief te werken aan de incusieve samenleving, goede zorg en goed wonen.
Extramuralisering ging samen met grote volkshuisvestelijke veranderingen
Tijdens het onderzoek bleek de vraag naar de betekenis van de uitstroom uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen op de buurten, onmogelijk geisoleerd te beoordelen. Want die uitstroom, stroomt juist in buurten waar ook veel andere bewoners ambulante zorg ontvangen of daarop wachten. Buurten waar veel mensen zorg mijden, na een periode van succesvolle zorg terugvallen of bij wie tijdens het zelfstandig wonen een zorgvraag ontstaat. Buurten bovendien waar veel corporatiewoningen staan, die – als gevolg van volkshuisvestelijk rijksbeleid – in toenemende mate worden bewoond door de allerlaagste inkomensgroep. Daaronder zijn sowieso al veel bewoners in een kwetsbare positie. In de jaren van de extramuralisering was er een toenemende concentratie van bewoners in een kwetsbare positie in corporatiebuurten. Een concentratie die vaak samenging met meer overlast en minder veiligheid in de buurt.
Wat op systeemniveau wordt gescheiden, komt in de buurt weer samen
Het is niet de zorg of het wonen voor een specifieke groep die voor problemen zorgt, maar wel hoe het in buurten samenkomt en met elkaar interacteert. Het woord extramuralisering begint steeds minder goed te passen bij de praktijk in de buurten. Het suggereert een overzichtelijke beweging van instelling naar zelfstandig wonen. Die beweging is relatief goed zichtbaar: we kennen de mensen, maken afspraken over aantallen en organiseren routes naar een woning. Maar het is slechts het zichtbare deel van een veel bredere ontwikkeling. Op systeemniveau hebben we wonen en zorg steeds verder van elkaar gescheiden. In de buurt zien we bijna het tegenovergestelde gebeuren: wat we op systeemniveau scheiden, komt daar weer samen. Deze ontwikkeling verdeelt zich niet gelijkmatig over een stad. Juist in buurten met veel betaalbare en sociale huurwoningen wonen relatief veel mensen met een slechtere gezondheid en minder bestaanszekerheid. Daar komen dus ook relatief veel verschillende zorg- en ondersteuningsvragen samen.
De IJsberg van Circusvis
Tijdens het traject in Amsterdam is Circusvis deze ontwikkeling gaan illustreren als een ijsberg. De ijsberg helpt ons om twee dingen naast elkaar te zetten: wat we al wél weten én wat we niet weten. Boven de waterlijn bevindt zich wat zichtbaar, georganiseerd en relatief goed te tellen is. We kennen bijvoorbeeld de mensen die vanuit maatschappelijke opvang en beschermd wonen uitstromen en maken afspraken over hun huisvesting. Onder de waterlijn wordt het beeld steeds minder scherp. We weten wel hoeveel mensen op bepaalde vormen van zorg wachten, maar veel minder over mensen die zorg mijden, uit beeld raken, terugvallen of bij wie tijdens het zelfstandig wonen een zorgvraag ontstaat. Dat minder goed zichtbare en bijna onmogelijk kwantificeerbare deel is bijzonder relevant. Want ook wie niet goed is te tellen of volgen, woont ergens. Het maakt onderdeel uit van de werkelijkheid van buurten. De ijsberg maakt zichtbaar waar onze kennis nu ophoudt, maar waar we als maatschappij wel degelijk zorg voor moeten dragen.

Hoe ziet jullie ijsberg eruit?
De uitstroom uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen is daarmee niet onbelangrijk. Integendeel, zelfs. Maar wie alleen naar die uitstroom kijkt, kijkt naar het topje van de ijsberg. Sinds het onderzoek in Amsterdam is Circusvis deze manier van kijken blijven gebruiken. Onze vraag is dan ook: hoe ziet jullie ijsberg eruit?
Bewoner met een terugval
We brengen jullie lokale ijsberg graag samen in beeld. Niet vanuit de illusie dat alles te tellen is, maar door te onderzoeken wat we weten, welke kennis en data we bij elkaar kunnen brengen, waar de blinde vlekken zitten en wat dat betekent voor de ontwikkeling van een buurt. De ijsberg helpt om een gezamenlijke taal te ontwikkelen, om verschillen tussen definities van succes of juist van tekortschieten te kunnen begrijpen, en om te komen tot een gedeelde probleem- en kansenanalyse. Wij geloven dat duurzame oplossingen voor wonen, zorg en leefbaarheid beginnen bij een gedeeld van wat er in een buurt samenkomt.
Maatschappelijk relevant
Als Circusvis staan we ergens voor. We waaien niet met alle winden mee. Sterker nog, we voelen het als onze verantwoordelijkheid om zaken onder de aandacht te brengen als we dat belangrijk vinden. Niet voor onszelf, maar voor een eerlijkere stad.
